Een all-in auto huren bij Sunny Cars? Naar sunnycars.nl

Touren door het maquis van Corsica

Corsica is in oppervlakte niet heel erg groot. Maar vergis je niet in de afstanden. Omdat het binnenland van Corsica erg bergachtig is, kom je er zelfs met de auto maar traag vooruit. Bastia en Ajaccio –de twee belangrijkste steden van Corsica respectievelijk in het noordoosten en het zuidwesten—liggen niet meer dan 150 kilometer uit elkaar; maar je doet met de wagen úren over de rit. Zeker in het westelijke deel is de kust erg rotsachtig en het binnenland bergachtig en ruw. Bergen klimmen er tot 2.700 meter. De natuur, de rotsen, de dorpen en de vergezichten onderweg zijn er adembenemend. Een rondrit met de huurwagen langs al dit moois vanuit het kustdorp Sagone.

Grieken in Cargese

uitzicht kust corsica

Vandaag besluit ik om vanuit Sagone de kustweg naar Porto te volgen. De eerste vijftien kilometer golven erg aangenaam. Wanneer de weg gestaag begint te klimmen, komt de haven van Cargese in zicht. Het dorp zelf ligt hoog op de heuvel en biedt een fraai zicht op de baai. Cargese werd gesticht door Griekse immigranten. Die waren in de 17de eeuw op de vlucht voor de Moren die Griekenland binnenvielen. De Genuezen waren zo slim om de Grieken op Corsica land en veiligheid te bieden. Slim, want op die manier beïnvloeden ze de bevolkingssamenstelling op Corsica en verzwakten ze het streven naar autonomie van de lokale bewoners. De Grieken kwamen en bleven in Corsica. Tot vandaag, en dat merk ik zelf tot mijn grote verbazing wanneer ik onder de lommer van een vijgenboom voor de kerk een rustpauze inlas. Het is zondag. Tientallen families stromen toe en zoeken zich een plaats in de kerk. Vervolgens beginnen ze Griekse liederen te zingen. Uit nieuwsgierigheid neem ik een kijkje binnen en merk ik dat de kerk van de Grieks-Orthoxe rite is, met een prachtige iconostase in de plaats waar bij ons het altaar zou staan. Hun namen hebben ze moeten veritaliaansen en vervolgens verfransen, maar hun cultuur en religie hebben de Corsicaanse Grieken nooit afgelegd.

Les Calanches

galanches rotsen corsica

Voorbij Cargèse leidt de D81 een eind landinwaarts door eindeloos maquis. Dat is het struikgewas dat er in de bergen groeit. Het ruikt heerlijk naar die typische kruiden, waarmee wij ook thuis een zuiders gevoel proberen op te roepen. Twintig kilometer later bereik ik Piana. Dat dorp ligt rond de hoogtelijn van vijfhonderd meter en vormt de poort tot de Calanches. Sit back and relax. Nu volgen immers tien waanzinnig mooie kilometers langs het grillige rotslandschap van de Calanches. De weg loopt haast vlak, maar hoog boven de zee. Soms is hij zo smal dat auto’s er nauwelijks kunnen passeren. Ik geniet er van de fantasierijke rotsvormen, met voor velen als hoogtepunt de doorkijk op de zee in de vorm van een hart. Niet alleen de grillige vormen van de rotsen, maar ook de kleuren ervan (nu eens okergeel, dan weer donkerrood) zijn verbazend.

Gorge de la Spelunca

corsica gorge de la Spelunca

Daarna volgt de steile afdaling naar Porto. Het kleine havenstadje ligt in een afgelegen baai tussen hoge bergen. Vanaf Porto zoek ik het landinwaarts. De weg klimt nu de hele tijd. Het landschap wordt ruw: grillig getande rotsen, waarop eerst kastanjebossen groeien, maar daarna enkel schraal maquis. Voortdurend balanceert de weg op een richel boven diepe afgronden. De meest imposante ravijn is de Gorge de la Spelunca. Zo bereik ik het hoge bergdorp Evisa. Ik nestel me op het enige terras in het dorp en deel er mijn tafeltje met rugzaktrekkers. Evisa is immers een uitvalsbasis voor wandelaars die de hoogste bergen van Corsica verkennen. Twaalf kilometer hoger ligt de Col de Vergio. Ik wil er naartoe, want met 1.477 meter is hij de hoogste geasfalteerde bergpas van het eiland. De barman raadt het me echter af. Donkere wolken pakken zich immers samen. De eerste druppels vallen al neer. “Boven op de col regent het pijpenstelen en stormt het,” verkondigt hij met stellige zekerheid. Straf, want aan de kust reed ik nog met open raampje in stralende zon. Ik vertrouw echter op het oordeel van deze bergbewoner en keer via de Col de Sevi in een wijde boog terug richting kust.

Loslopend wild in Corsica

loslopend wild in corsica

Met 1.101 is deze bergpas ook één van de hogere van Corsica. Het bord op de top is doorzeefd met kogels. Het is niet het eerste en laatste wegmeubilair waarop schietoefeningen gepleegd worden. De bergdorpen in dit onherbergzame westen staan er om bekend schuiloorden te zijn van de hardste nationalisten van Corsica.

In de afdaling moet ik hard in de remmen voor overstekend wild. Geen konijn of ree, maar wel een –heb ik dat goed gezien?—varken. Vanavond zal de campingeigenaar me vertellen dat boeren hun vee gewoon vrij laten rondlopen in de bergen. “Onze domeinen zijn zo groot dat het onbegonnen werk is om alles af te spannen. Bovendien hebben we niet veel voedsel voor de dieren, dus laten we hen er zelf naar zoeken. Door het knabbelen aan het maquis smaakt hun vlees ook lekkerder. Maar het is ook onze inborst. Corsicanen zijn op hun vrijheid gesteld. Diezelfde vrijheid gunnen we ook ons vee.” Uitkijken dus dat je in het afdalen niet pardoes door een zwijn de lucht in gekatapulteerd wordt.

Enkel viervoeters

vico corsica

Zonder kleerscheuren bereik ik Vico, een stadje in de bergen van Corsica waar je de zee al kunt ruiken. Ik volg niet de kortste route naar Sagone, maar besluit langs een prachtige berg- en omweg naar de vallei van de Liamone te rijden. Arbori is het enige dorpje onderweg. Ik tel er één levende ziel: een oude man die kromgebogen met een verroeste hak in de bodem staat te krabben. Verder enkel viervoeters: eerst kippen (oké, dat zijn tweevoeters), dan geiten, vervolgens een koe gevaarlijk in een scherpe bocht en twee paarden die in de tegengestelde richting komen draven. Van het kwartet zwarte varkens dat uit de kastanjebossen komt geknord kijk ik vervolgens niet meer op. De verbazing is eerder omgekeerd. Plots besef ik dat ik het laatste uur enkel de oude harkende man heb ontmoet. Zelfs een auto is er niet gepasseerd. Het heeft nog een uur geduurd vooraleer ik een volgende sterveling ontmoette… een oude harkende man. Maar dan ben ik de kustweg alweer dicht genaderd.

Tekst en foto’s : Gunter Hauspie

 

Gastblogger

Reisjournalisten of -bloggers

Plaats een reactie

* Nodig om een reactie te plaatsen.

Misschien ook interessant voor jou